Een prieeltje

Een verrassend verhaal over de Tour van 1968, een prieeltje in de tuin van Herman Vanspringel, zenuwachtige commentatoren en een verrassende dopingbiecht uit de jaren '30.




Jan Bogaert, de brave koning

Het is een klein onopgelost familiemysterie in de familie van Radio1-reporter Ward Bogaert. Op een dag ergens diep in de jaren '80 viel plots een anonieme enveloppe met een uitgeknipte krantenkop erin in de brievenbus. "Jan Bogaert kan het nog". Verder niets. Met de krantenkopanekdote in het achterhoofd nam Ward contact op met zijn vaders naamgenoot. "Kom maar af!", riep Jan. "En zal ik je eens wat vertellen: ik heb nog een broer die ook gekoerst heeft. Hij heet Ward."




Het decennium zonder Draaijer

Op een avond eind februari 1990 ziet Johannes Draaijer het helder voor zich. "Dit jaar win ik mijn eerste klassieker", zegt hij voor het slapengaan tegen zijn vrouw. De 27-jarige Fries van PDM heeft zijn eerste Tour uitgereden en zijn ambitie staat in het zenit. Maar die klassieke zege komt er niet. En ook het nieuwe decennium niet. Zelfs de dag na zijn voorspelling niet. Zijn vrouw treft hem die ochtend dood aan naast haar in bed.




De roestbak van Brakel

Spreek het woord "roestbak" uit in de buurt van kunstenaar/architect Marc Carlier en de doorgaans zeer aimabele man wordt wat kribbig. Het was de bijnaam die zijn levenswerk, een 6 meter hoge constructie van meer dan 2000 fietsen, jarenlang kreeg in en om Brakel. Marcs kunstwerk stond daar 15 jaar op een rotonde, maar moest in 2019 verdwijnen voor rioleringswerken. "We verhuizen het naar een wei op Parike Berg", riep Marc koppig. En zo geschiedde.




De Steveniers!

Stel dat we ooit op het idee zouden komen om een basketbaltijdschrift te beginnen, dan zouden we niet lang moeten nadenken over de titel: de Steveniers! Begin jaren ’50 reed de 15-jarige Willy een verbluffend seizoen bij de 'onderbeginnelingen', met maar liefst 34 overwinningen. Willy koos uiteindelijk voor het basket. Maar toch nijpt het. "40 punten scoren, dat deed mij allemaal niks. Maar een koers winnen? Goh...". Een nieuwe Radio Bahamontes met een mijmerende basketballegende die misschien nog liever coureur was geworden.




Portret van een berg

Het is een berg die we vooral van zijn binnenkant kennen, omdat we de Gotthardtunnel - die door de buik van de berg loopt - gebruiken om naar het warme zuiden te rijden. Maar daardoor zien we de pracht niet die boven onze hoofden ligt. De Via Tremola bij voorbeeld. Zes maanden per jaar ligt de Via Tremola onder een dik pak sneeuw, maar als de zon krachtig genoeg is, spreken ze hier over "Het Parijs-Roubaix van de Alpen".




"Bedankt en de complimenten aan mijn vrouwe!"

Ward Bogaert deed een bijzondere ontdekking in het vrt-archief. Bij de oudste vijf bewaarde radiofragmenten zitten twee koninklijke begrafenissen en drie stukken over Romain Maes, de Zerkegemse winnaar van de Tour van 1935. Het zijn pareltjes van vroege wielerverslaggeving, met attente wensen voor het thuisfront en duidelijke sporen van vroege mediatraining.




Marc Devlieger

Marc Devlieger. Als u niet van Machelen-aan-de-Leie bent, is de kans bijzonder groot dat u nog nooit van de man gehoord hebt. Bezige bij in zijn dorp, gewezen gemeenteraadslid, maar als het van hem had afgehangen, hoorde daar nog het epitheton 'bekend oud-wielrenner' bij. Maar het werd een lijdensweg, want met de bescheiden succesjes kwam ook de twijfel. En die sneed hem genadeloos de benen af.




Bauer de schurk

28 augustus 1988. Steve Bauer heeft net Claudy Criquielion in de dranghekkens gereden en hem een zekere tweede wereldtitel afhandig gemaakt. De Criq trekt naar de rechtbank maar daar krijgt hij het deksel op de neus. Zat toen in het juridisch team van de Canadees: Joren De Wachter. En die mailde onlangs: "Het is mijn gevoel dat de wielerliefhebber consequent een verkeerd verhaal werd verteld, waarbij Criquielion als slachtoffer wordt voorgesteld. Dat verhaal verdient om verteld te worden."




Zilveren Leo

Sprinter Leo Sterckx (85) beweert dat de voorzitter van de Belgische Wielrijdersbond hem op een WK tot doping aanzette. "Geen sprake van", was zijn antwoord. "De vorige keer dat ik dat gebruikt heb, heb ik drie nachten niet geslapen!" Het is maar één van zijn vele, in sappig Hulshouts vertelde anekdotes over een carrière met maar één echt hoogtepunt: de zilveren medaille op de Olympische Spelen van 1960 in Rome.




Klikpedaal vs gummilaars

Met de ene voet in de klikpedaal en met de andere in de gummilaars, tot aan de enkel in het slijk van de boerderij. Zo staat Mauri Vansevenant in het leven. Sinds kort profwielrenner, sinds zijn geboorte boer. "Het wordt tijd dat de lente er is", riep hij toen Ward Bogaert vroeg of hij vader en zoon mocht komen opzoeken voor een nieuwe aflevering van onze podcast Radio Bahamontes. Of het de boer of de coureur was die sprak, daarvoor moet je luisteren.




Koersdromen op een bananenboot

Toen de twintigjarige Giovanni Jiménez met een bananenboot vanuit Colombia naar Europa vertrok, had hij maar twee dingen bij zich: een fiets en een droom. Bijna 60 jaar later bladert Giovanni nog regelmatig in zijn schriftjes. De ingeplakte foto’s, krantenknipsels, betalingsbewijsjes en medaillons zijn de beelden bij het leven waarvan de jonge avonturier tijdens zijn lange tocht tussen de bananen droomde. "Colombia? Kunnen ze daar fietsen?!" En of ze daar kunnen fietsen. En of ze daar kunnen dromen.




Zes keer de Kemmelberg

26 april 1992. Jonge belofte Tom Steels zit met de handen in het haar. Verkleumd, vertwijfeld, wenend. "Dat klimmen, ik ga dat nooit kunnen." Kamergenoot Hans De Clercq montert Steels op want hij heeft net de koninginnerit van de Ronde van West-Vlaanderen voor Amateurs gewonnen, een ijzige tocht van 120 kilometer met onderweg zes, ja zes, keer de Kemmelberg. Maar één man kon hem die dag volgen, de Nederlandse geletruidrager Casper Van der Meer. 28 jaar later beklimt Ward Bogaert met De Clercq en Van der Meer nog één keer de Kemmelberg.




De gele Havik

Toen Mieke Havik in 1984 als eerste vrouw de gele trui droeg in de eerste Tour de France Féminin, sprak Gerrie Knetemann verbijsterend seksistische woorden in zijn dagelijkse radiopraatje. "Ze zouden die gele trui voor de vrouwen beter de bolletjestrui noemen, want ik zag Mieke hier net voorbijkomen en daar zaten toch twee cols van eerste categorie in." Mieke Havik liet het niet aan haar hart komen. Ze won drie van de vijf eerste etappes en reed zes dagen in het geel. 36 jaar later is ze gediplomeerd haptonome. Haptonome? Ja, haptonome. Ward Bogaert ging bij Mieke op consultatie.




Een akker in Camphin-en-Pévèle

Dertien was vliegende reporter Ward Bogaert toen zijn vader hem voor het eerst meenam naar een haakse bocht middenin een akker in Camphin-en-Pévèle, een dorpje dat één dag per jaar, tijdens Parijs-Roubaix, mee het centrum van de wielerwereld is. Ward is er nu 41 en hij staat er nog altijd elk jaar. Maar wat is er die dag in 1992 gebeurd, dat hem bijna drie decennia later nog altijd naar die plek zuigt? Tot zijn eigen verbazing, weet Ward het niet meer. En dus gaat hij op onderzoek.




'La stèle d’Antoine'

Achter een berm langs de drukke D916 in Sainte-Marie-Cappel staat een klein monumentje. Une stèle, zeggen ze hier. Hier viel Antoine Demoitié tijdens Gent-Wevelgem. Eric Lemille, zijn vrouw Ewa Szypulewska en zijn zoon Philippe, een leeftijdsgenoot van Antoine, wonen aan de overkant van de steenweg. Zij zagen het ongeval voor hun ogen gebeuren. Ze kenden Antoine niet, maar waren zo onder de indruk dat ze sindsdien elke dag de strijd aangaan tegen het onkruid dat 'La stèle d’Antoine' probeert te overwoekeren.




Palle Lykke

Hij was een wereldster in het pisterennen van de jaren ’50. Hij won tientallen zesdaagses, onder andere aan de zijde van Rik Van Steenbergen. Maar het enige wat van hem in het collectieve geheugen is overgebleven is dat de Deen Palle Lykke de schoonzoon was van Rik I. En dat hij de gevangenis in belandde wegens dranksmokkel. Ward Bogaert zocht Jos Meesters op. Gewezen pistier en goed bevriend met Palle. Voor een gesprek over koers, over hoe het leven soms anders loopt, maar vooral over vriendschap. En hoe dat het belangrijkste is.




Twee uren in het geel

Ferdi Van den Haute heeft een eigenaardig record op zijn naam. Hij stond in 1984 op het podium van de Tour als geletruidrager, maar hij reed er nooit mee rond. Twee uur later kwam de wedstrijdjury hem melden dat er een spijtige vergissing was. Niemand droeg korter het geel dan Ferdi Van den Haute. Niettemin zijn het de gelukkigste uren uit zijn loopbaan. Tot Radio Bahamontes die twee uren in een heel ander daglicht plaatste.




De Spanjaard van Lendelede

Noël Dejonckheere is EU Manager van de CCC-ploeg van Greg Van Avermaet. Maar in zijn jonge jaren noemde ze hem ‘De Spanjaard van Lendelede’, naar zijn geboortedorp en, dat had u al door, een land in Zuid-Europa. Hij won maar liefst 80 koersen bij de beroepsrenners, waaronder 6 ritten in de Vuelta en tientallen ritten in allerhande andere Spaanse koersen. Hoe belandt een Lendeledenaar in Spanje? En moeten we hem niet ‘De Amerikaan van Lendelede’ noemen, want ook daar won hij koers na koers.




De Vloek van Zingem

Het moest een feestdag worden, 25 augustus 1969, zoals elke zomer. De grootste wielerkampioenen waren naar Zingem afgezakt, een dorpje langs de Schelde. Aan de kerk stond een draaimolen. In café In DeKlok speelde de fanfare. Maar ineens begon het te regenen en zette in de Dorpsstraat een man een stap naar voren. Het criterium van Zingem bestaat al lang niet meer, maar over die ene stap en de fatale gevolgen ervan spreken ze in Zingem nog tot op de dag van vandaag.



Roger

Of hij met de fiets moest komen, vroeg Roger De Cock. Dat zou moeilijk zijn, voegde hij eraan toe, "want ik word er volgende maand 29, verstaat ge me?" Roger is voor alle duidelijkheid 92. Hij is de oudste nog levende winnaar van de Scheldeprijs. En ook de oudste nog levende winnaar van Parijs-Nice. Maar vooral: de oudste nog levende winnaar van De Ronde van Vlaanderen. Je hoeft hem geen vragen te stellen, de verhalen komen vanzelf, altijd voorafgegaan door: "’k ga ne keer zeggen é". En dan zegt hij het.



De Mapei-coup

Parijs-Roubaix 1996. Hoe zat dat nu weer in de ratrace richting Roubaix? En waarom mocht/moest Johan Museeuw destijds winnen op de Vélodrome? Ward Bogaert op stap met de Leeuw.



Johan en Marco, dood in één kamer

Surf naar dewielersite.net en tik Johan Sermon in. Bij ‘uitslagen’ lees je één regel. 2001. 2de in Wieze, junioren. Voor de rest: veel witregels. Sermon was nochtans renner tot 2004, toen hij derdejaarsbelofte was. Dat jaar haalde hij nog één keer de krant, al was het niet met een opvallende uitslag.



Op zoek naar de oorsprong

Reporter Ward Bogaert en zoon Nand, bijna 6, waren op een rommelmarkt in Sint-Amandsberg. 2 euro gaf de vader aan de zoon mee. Kwam de zoon terug met een trofeetje dat 30 eurocent had gekost. ‘2.4.1982’, en ‘Büren-Kortemark. 480 kilometer’ stond erop. Meer niet. En dus ging Ward op onderzoek.



De berggeit van Herentals

Ward Bogaert trok naar de Vierdaagse van Duinkerke, waar hij zijn microfoon onder de neus mocht schuiven van Kurt Van De Wouwer. Hij is sinds 2013 ploegleider bij Lotto-Soudal, maar de in Herentals geboren en getogen klimmer debuteerde in de Tour van 1998.



Eddy Schepers en het verraad van Sappada

Eddy Schepers was de meesterknecht van Stephen Roche, de Ier die in 1987 zowel Giro, Tour als WK wist te winnen. Eddy, zelf nog ex-winnaar van de Ronde van de Toekomst en een van de vele gedoodverfde opvolgers van Eddy Merckx, maakte het allemaal mee vanop de eerste rij en vertelt graag nog eens over het verraad van Sappada, de coup die hij samen met zijn kopman Stephen Roche pleegde in de Giro van 1987.